Maandelijks archief: May 2016

Peak

Mount Meru – Nederlands

Ik word wakker op dinsdagochtend, 9 mei, door het geluid van regen. Ik denk er maar aan dat Arusha National Park op ongeveer 60 kilometer afstand ligt, dus hopelijk is de regen lokaal en regent het daar niet. We zetten onze tassen in de auto, halen de gids Jackson en chef-kok Albert op in Moshi en rijden naar Arusha National Park. Onderweg worden de wolken dikker en dikker. Bij de park gate is alles grijs en het miezert. De formaliteiten bij de gate nemen veel tijd in beslag doordat de man aan de balie meer geld wil dan de gepubliceerde parkfees. Na het tonen van de tarieven op het internet, op hun bord buiten de toonbank en in de brochure, besluit hij zijn supervisor bellen en concludeert dat we gelijk hebben. De vertraging van een uur leidt gelukkig tot beter weer. We rijden naar de tweede gate waar onze klim zal starten. Hier moeten we wachten op de ranger. We moeten een formulier te ondertekenen over het schoonhouden van het park etcetera etcetera. Om 12:30 beginnen we eindelijk te lopen. We besluiten om het zuidelijke Circuit, te nemen dat 10 km is en stijgt vanaf 1500 meter tot 2500 meter. Onderweg ontmoeten we franjeapen, giraffen, wrattenzwijnen en vogels. Na ongeveer twee uur lunchen we bij de Arch Fig Tree. Nog een uur later, vinden we watervallen waar we een korte rustpauze nemen. Na nog een uur bereiken we Mount Meru Krater waar het zeer mistig is en het lijkt alsof de regen snel gaat komen. We besluiten onze regenkleding aan te doen, ook tegen de koude wind. In de krater kunnen we duidelijk de basis van de askegel zien, maar de top ligth in de wolken. Ook de top van Mount Meru zelf ligt hoog in de wolken. Misschien is het beter dat we het niet kunnen zien, zodat we niet gedemotiveerd raken. Nog een half uur later bereiken we Miriakamba Hut op 2500 meter. Ik ben verbaasd over de mooie houten hutten met kamers met bedden met comfortabele matrassen, buiten vinden we gewone toiletten en stromend water en er is een leuke en gezellige eetzaal. We genieten van onze diner bestaande uit een avocado salade, vis filet en gebakken aardappelen. Na het diner gaan we naar onze kamer. Het is koud, maar eenmaal in onze slaapzakken warmen we snel op.

De volgende ochtend word ik wakker voor de wake-up call en loop naar het toilet. Op de weg, pikt mijn oog een prachtig uitzicht op Mount Kilimanjaro op zwevend op de wolken en de zon achter erachter. Ik loop terug naar de kamer om mijn camera te pakken en foto’s te nemen. Daarna genieten we van het ontbijt. Ten eerste pap, speciaal gemaakt voor de bergen. Dan pannenkoeken, eieren, worstjes en brood. Na het ontbijt, beginnen we weer te lopen. Een klein pad leidt ons over de kraterwand door het regenwoud naar een ​​picknick plaats genaamd Ngongo wa Tembo (olifanten terug). We zijn in de wolken, dus we zien niks. We genieten van een snack en gaan weer lopen en na tien minuten klaart het op naar intens blauw. In het Oosten is de Kilimanjaro duidelijk zichtbaar met zijn gletsjers. We gaan over in een andere zone met vooral heide. De struiken hier zijn allemaal zwart verbrand en we begrijpen dat dit het gevolg is van ongecontroleerde bosbranden vorig jaar veroorzaakt door imkers. Rond de middag komen we aan bij Saddle Hut op 3500 meter. Ik voel een beetje hoofdpijn. We nemen onze lunch bestaande uit spaghetti met tomatensaus. We rusten een beetje en rond drie uur moeten we Little Meru te beklimmen om te acclimatiseren. Na een uur bereiken we de piek op 3820 meter. Vanaf hier hebben we een prachtig uitzicht op de berg Meru en het pad naar de top (het lijkt een lange steile weg), de bovenkant van de as kegel, Saddle Hut en op de Kilimanjaro. We blijven hier een tijdje want het is zonnig en goed voor acclimatisatie. Mijn hoofdpijn is voorbij. In een half uur lopen we terug naar de hut waar ons diner van rijst en tomatensaus wacht. Dan gaan we snel naar bed om 7:30 uur want we worden gewekt om middernacht.

We zijn wakker voor middernacht en beginnen met de voorbereiding voor de laatste klim. Na een laatste toiletbezoek en thee met koekjes beginnen we langzaam lopen. Ten eerste is het een slingerend pad voor ongeveer 15 minuten. Dan beginnen we zigzaggend de eerste heuvel naar Rhino Point op 3800 meter. We hebben een korte pauze terwijl we de koude wind beginnen te voelen. We zien niet veel want de maan is slechts een kwart. Na de pauze gaan we verder en plotseling moeten we naar beneden klimmen langs een rotsachtige muur met enkele kleine kettingen om te voorkomen dat we naar beneden vallen. Ik schrik ervan omdat ik dit niet had verwacht. Onze gids had wijselijk zijn mond gehouden. Daarna lopen we een beetje meer naar beneden en komen naar een andere rotsachtige muur waar we weer moeten klimmen. Hier zijn geen kettingen. Ik ben bang omdat ik geen idee heb hoe diep het dal onder ons is. Ik ben niet zeker of ik door wil blijven gaan wanthet beklimmen langs deze muur maakt me bang en ik ben moe en ik voel me misselijk. Na wat peptalk van mijn vader, Ben en Jackson, herstel ik mezelf en ga verder. Maar alleen voor een korte tijd want na de rotswand, beginnen we omhoog te lopen op een smal pad dat bestaat uit vulkanisch grind waardoor ik na elke stap een klein beetje terug glijd. Het is moeilijk, heel moeilijk. Ik voel dat mijn energie minder wordt, maar ik kan niet eten vanwege misselijkheid. Ik geef het bijna op tot mijn vader een arm om me heen slaat en me adviseert om door te gaan. Ook Ben begint me te motiveren door te zeggen dat opgeven het ergste is wat ik nu kan doen. We gaan verder en er volgt nog een aantal van zulke stops met peptalk en een sanitaire stop op de weg. Ik moet zeggen, naar de wc gaan achter een rots met mijn achterste in de wind en -7 graden op een hoogte van ongeveer 4000 meter is niet echt comfortabel, maar het is zeker speciaal. Na nog een peptalk stop waarin Ben vertelt me ​​om door te gaan om te zien wat er achter de volgende rots daarboven is, hef ik mezelf op als ik zie dat de lucht in het oosten begint op te lichten. Jackson draagt ​​mijn tas wat me iets verlicht. Bij het passeren van die rots , zie ik ineens het beste uitzicht op de Kilimanjaro ooit. Het is gewoon het zwarte silhouette van de berg, maar met een geelachtige tot roodachtige, paarse tot zwarte hemel achter de berg… echt, de beste boost die ik op dat moment nodig heb. Ik vertel de anderen ‘Oké, laten we ervoor gaan’ en ze beginnen te lachen. Ik kan de piek zien, maar ik ben niet zeker hoe ver het is. Na het passeren van nog een paar rotswanden, maar in ieder geval met een aantal paden, ontmoeten we de andere helft van de groep die al bij de top is geweest omdat ze tijdens mijn peptalks stopt doorlipen. Ze vertellen me dat ik na de volgende hoek de vlag op de top zal kunnen zien. En het is waar, maar het lijkt nog zover. Vanaf onze laatste klim hier, lijkt het alsof de vlag niet echt dichter bij komt bij elke stap. Maar opeens zie ik dat het nog maar een paar meter is en de ranger vertelt me ​​’slechts twee minuten. Ik begin min of meer hard  te lopen en ik bereik, na mijn vader, Socialist Peak op 4566 meter en Ben volgt na mij. Wao … Ik ben er!!! We nemen veel foto’s en tekenen het visitor’s book. Dit is zo’n fantastisch gevoel, maar ik ben bijna te moe om blij te kijken. Misschien ook omdat ik weet dat we de hele weg weer terug moeten. Na ongeveer een half uur is het tijd om aan de afdaling te beginnen. Al snel beginnen mijn benen pijn te doen en te trillen. Hoewel Jackson mijn tas draagt, begint alles pijn te doen en we hebben nog een lange weg te gaan. Nu we kunnen zien hoe ver het is, werkt het erg demoraliserend. Mijn vader gaat sneller en loopt voor ons uit met een van de porters. Er zijn prachtige vergezichten onderweg, maar het is moeilijk om te genieten vanwege de inspannende wandeling. Bij de rotswanden zie ik het dal niet zo diep is en ook niet zo steil. Het vulkanische grind is nog moeilijker te belopen naar beneden, ik ben moe en niet in staat om mijn spieren te controleren. Maar we moeten verder. Na ongeveer vijf uur bereiken we Saddle Hut waar we een uur hebben om te pakken, om ons ontbijt en lunch te nemen en te rusten. Ontbijt en lunch staan op tafel en bestaan uit gebakken eieren, worstjes, pannenkoeken, brood, zoete aardappelen, chips en gekookte eieren. Ik krijg er energie van en rond 01:30 beginnen we naar beneden te lopen. Eerst voel ik dat ik heel goed in staat ben om dit laatste deel doen, maar al snel zijn mijn benen zo moe dat elke stap te veel is. Ik geniet er niet meer van en met tranen in mijn ogen loop ik verder en uiteindelijk bereiken we het hek rond 18:30. Ik ben helemaal kapot, maar nog steeds vol met adrenaline. We ontvangen onze certificaten van het park. We geven de porters, gidsen en ranger hun welverdiende fooien en stappen in de auto terug naar Moshi. Foto’s kun je hier bekijken!

Mount Meru was het moeilijkste wat ik ooit heb gedaan, maar ik had het zeker niet willen missen. De uitzichten zijn geweldig. Het vulkanische uiterlijk van de berg is prachtig. Het beste van alles is de kick die je krijgt bij het bereiken van de piek. Bovendien is de ervaring van het klimmen met mijn vader en mijn man supergaaf. Ik ga Meru nooit meer doen, maar ik kijk ernaar uit om Mount Kilimanjaro en Uhuru Peak te bereiken!

Doneren voor het Ujumbe project is nog steeds mogelijk. Meer informatie is hier te vinden.

IMG_3258

Mount Meru

I wake up on Tuesday morning, 9th May, by the sound of rain. I am just thinking that Arusha National Park is about 60 km away, so hopefully, the rain is local and not there. We put our bags in the car, pick up the guide Jackson and chef Albert from Moshi town and start driving to Arusha National Park. On the way, the clouds get thicker and thicker. When at the park gate, everything is grayish and it is drizzling. The formalities at the gate take long as the guy at the counter wants more money than the published park fees. After showing him the rates on the internet, on their signboard outside of the counter and in the brochure, he decides to call his supervisor and concludes that we were right. A delay of one hour fortunately leads to better weather. We drive to the second gate from where our climb will start. There we have to wait again for the ranger. We have to sign a form about keeping the park clean etcetera etcetera. When it is 12:30pm, we finally start walking. We decide to take the Southern Circuit which is 10km and ascends from 1500 meter to 2500 meter. On the way, we meet black and white Colobus monkeys, giraffes, warthogs and birds. After about two hours we have lunch at the Arch Fig tree. Another hour later, we find waterfalls where we have a short rest. After another hour, we reach the floor of Mount Meru Crater where it is very foggy and it seems rain may come soon. We decide to put on our rain clothes, also against the cold wind. In the crater, we can clearly see the base of the ash cone, but the top is in the clouds. Let alone the top of Mount Meru itself. Maybe it is better that we can’t see it, not to get demoralized. Another half an hour later, we reach Miriakamba Hut at 2500 meter. I am surprised to find nice wooden sheds with rooms with beds with comfy mattresses, outside we find flushing toilets and running water and there is a nice and cozy dining room. We enjoy our dinner consisting of an avocado salad, fish filet and baked potatoes. After dinner, we go to our room. It is cold, but when we find out sleeping bags we quickly warm up.

The next morning I wake up before the wakeup call and walk to the toilet. On the way, my eye catches a great view of Mount Kilimanjaro floating on the clouds and sun behind it. I run back to the room to get my camera and take pictures. Breakfast calls. First porridge, especially made for the mountain. Then pancakes, eggs, sausages and bread. After breakfast, we start walking again. A small path winding up the crater wall leads us through the rainforest to a picnic place called ngongo wa tembo (elephants back). We are in the clouds, so we do not see anything. We enjoy some snacks and continue walking and after ten minutes, the sky clears to intense blue. In the East, Mount Kilimanjaro is clearly visible with its glaciers. We enter another zone of moorland. The bushes here are all burned black and we understand this is because of an uncontrolled bushfire last year caused by beekeepers. Around noon, we arrive at Saddle Hut at 3500 meter. I feel a little headache. We have our lunch consisting of spaghetti with tomato sauce. We rest a bit and around three we have to climb Little Meru for acclimatization. After one hour, we reach the peak at 3820 meter. From here, we have a great view on Mount Meru and the path to the peak (it seems like a long steep way), the top of the ash cone, Saddle Hut and on Mount Kilimanjaro. We stay here for a while as it is sunny and good for acclimatization. My headache is over. In half an hour, we walk back to the hut where we get our dinner of rice and tomato sauce. Then we quickly go to bed at 7:30pm as will have to wake up at midnight.

We are awake before midnight and start preparing for the final ascent. After a last toilet visit and tea with biscuits, we start walking slowly. Firstly, it is a winding path for about 15 minutes. Then we start zigzagging the first hill towards Rhino Point at 3800 meter. We have a short break there while we start feeling the cold wind. We don’t see much as the moon is only one quarter. After the break we continue down a bit and suddenly we have to climb down along a rocky wall with some small chains to prevent us from falling down. It shocks me a bit as I did not expect this. After this, we walk a bit more down and come to another rocky wall where we have to climb up again. Here there are no chains. I’m scared as I have no idea how deep the valley below us is. I am not sure if I want to continue as climbing along this wall scares me, I am tired and I feel nauseated. After some pep talk of my father, Ben and Jackson, I reset myself and continue. But only for a short while as after the rocky wall, we start ascending on a narrow path consisting of volcanic scree which makes me to slide down a bit after each step. It is tough, very tough. I feel my energy goes down, but I cannot eat because of nausea. I’m nearly giving up until my father wraps an arm around me and pushes me to continue. Also, Ben starts to motivate me that giving up will be the worst thing to do at this stage. We continue with several of such stops with pep talks and with a sanitary stop on the way. I have to say, going to the bathroom behind a rock with my butt in the wind and -7 degrees at an altitude of about 4000 meter is not the most comfortable thing, but it is certainly special. After another pep talk stop in which Ben tells me to continue to see what is behind that next rock up there, I lift myself up as I see in the sky in the East starts to lighten up. Jackson carries my bag which relieves me a bit. When passing that rock up there, I suddenly see the best view of Mount Kilimanjaro ever. It is just its silhouette completely black but with a yellowish to reddish, purple to black sky behind it…really, the best boost I needed at that time. I tell the others ‘Okay, let’s go for it’ and they start laughing. I can see the peak, but I am not sure how far it is. After passing another couple of rocky walls but at least with some path, we meet with the other half of the group that already went to the peak as they continued during my pep talk stops. They tell me that after the next corner, I will be able to see the flag on the peak. And it is true, but it still looks far. Starting our last ascent here, it seems like the flag does not get any closer with each step I take. But suddenly, I can see, only a few meters are left and the ranger tells me ‘only two more minutes’. More or less, I start running and following my father, I reach Socialist Peak at 4566 meter and Ben follows after me. Wao…I made it!!! We take many pictures and  sign the visitor’s book. This is such a fantastic feeling, but I am almost too tired to look happy. Maybe also because I know we will have to go back all the way. And after about half an hour, it is time to start our descent. Soon, my legs start hurting and shaking. Although Jackson the guide carries my bag, everything starts paining and we still have a long time to go. Now that we can see how far it is, it is quite demoralizing. My father goes quicker and walks ahead of us with one of the porters. There are great views on the way, but it is difficult to enjoy because of the strenuous walk. At the rocky walls, I see the valley was not that deep and not that steep. The volcanic scree is even more difficult to walk on when going down, being tired and not being able to control my muscles. But we have to continue. After about five hours, we reach Saddle Hut where we have about one hour to pack, to take our breakfast and lunch and to rest. Breakfast and lunch are both on the table consisting of fried eggs, sausages, pancakes, bread, sweet potatoes, chips and boiled eggs. But I get energy and around 1:30 we start walking down again. First, I feel I am very well able to do this last part, but soon my legs are so tired that every step is too much. I don’t enjoy anymore and with tears in my eyes I continue and finally we reach the gate around 6:30pm. I’m broken completely but still full with adrenaline. We receive our certificates from the park. We give the porters, guide and ranger their well-deserved tips and get in the car back to Moshi. Pictures can be found here!

Mount Meru was the toughest thing I ever did, but I certainly wouldn’t have liked to miss it. The views are great. The volcanic appearance of the mountain is wonderful. The best of all is the kick you get when reaching the peak. Moreover, the experience to climb with my father and my husband was great too. I will never do Meru again, but I am looking forward to do Mount Kilimanjaro and reach Uhuru Peak also!

Donating for the Ujumbe project is still possible. More details can be found here.